Per aspera ad astra

Welkom op mijn website !

 

 

 

Het leven is zo vreemd en sommige gebeurtenissen die een mens wel degelijk zelf zijn overkomen, lijken na verloop van jaren zo merkwaardig dat ze eerder passen in het leven van een ander dan in dat van zichzelf.

Op mijn weblog dit soort vaak autobiografische gebeurtenissen (maar ook verhalen en gedichten).

 

 


Fabel

 

 

Toen ik een kind was, een jongetje van een jaar of vijf, vertelde mijn vader een mop.

Maar ik had nog nooit van een mop gehoord, dus was het een gewoon verhaaltje dat mijn vader vertelde, een verhaaltje dat maar al te waar was. Het ging als volgt.

 

Op een mooie dag loopt er een man door het woud en die man is dichter en plotsklaps onder zijn wandeling wordt hij gegrepen door de schoonheid van de natuur en hij voelt de woorden bij zich opkomen voor een mooi gedicht. Hij pakt zijn pen en terwijl hij de woorden zachtjes voor zich uit mompelt, tast hij zenuwachtig in zijn zakken naar iets om op te schrijven.

Maar hij vindt toch nergens een stukje papier !

Radeloos zoekt hij nogmaals zijn zakken na maar hij vindt niets.

 

Gelukkig ziet hij juist op dat moment een vrouw lopen die ook een boswandeling maakt.

"Ach mevrouw", vraagt de dichter met smartelijk gezicht, "neemt u mij niet kwalijk maar heeft u misschien een stukje papier voor mij ?" "Nee," zegt de vrouw. "Het spijt me vreselijk maar ik heb het zelf daarstraks ook met een bos varens moeten doen !".

 

Na zo'n verhaaltje, op zo vroege leeftijd gehoord, begrijpt u wel dat ik niet stond te dringen om dichter te worden.

 

PS: De dieren uit deze fabel zijn allemaal van schrik weggelopen !

 


Na het journaal

 

 

Na het journaal
zag ik het liefste
alleen maar liefde
op tv.
Dan sliep ik 's nachts een beetje beter
dan de laatste tijd.

Bij het ontbijt
deed ik het liefste
een beetje liefde
in je thee.
Dan neem je waar je ook naartoe gaat
steeds wat liefde met je mee.

 

 


Vergeving

 

 

 

 

Onlangs hoorde ik een mooi verhaal over een jonge man die jarenlang in Amerika in de gevangenis had gezeten. Hij had schande over zijn familie gebracht en had hun liefde verspeeld en had daar veel berouw van. Nooit had hij van zijn ouders een brief gehad of hadden zij hem in de gevangenis bezocht. Enkele weken voordat hij vrijkwam had hij zijn ouders een brief geschreven waarin hij om vergiffenis vroeg en ook dat hij graag thuis zou willen komen.

Om het zijn ouders gemakkelijker te maken had hij gevraagd om hem een zichtbaar teken van vergiffenis te geven. Als zijn ouders hem hadden vergeven dan zouden ze een wit lint in de grote appelboom bij de spoorlijn hangen. Dat kon hij dan vanuit de trein op weg naar huis al zien hangen. Als ze hem niet meer thuis wilden hebben, dan hoefden ze niets te doen en zou hij voorgoed uit hun leven verdwijnen.

In het verhaal zit de man nerveus in de trein en vraagt ten slotte een medereiziger voor hem uit het raam te kijken naar zijn ouderlijk huis en de boom. Even daarna legt de medereiziger zijn hand op de arm van de jonge man en vertelt hem dat de boom vol zit met witte linten. Zijn ouders hadden hem vergeven.

Ouders die hun kind vergeven, hun zoon een nieuwe kans willen geven. Een nieuw begin willen maken met elkaar. Hoe vaak lukt het ons mensen niet? Hoe vaak raken mensen elkaar niet in een relatie kwijt of blijven mensen elkaar in de greep houden van pijn en verdriet?

Als de genegenheid voor elkaar in een relatie is stukgegaan door wat er in het verleden gebeurt is, en wat er overgebleven is niet meer kan rusten op een echte overgave tussen mensen over en weer dan kan het erg moeilijk zijn om elkaar te vergeven. Voor vergeving is moed nodig. Moed om niet meer naar het verleden te kijken maar actief naar de toekomst uit te zien. Het is moed die wij mensen niet altijd kunnen opbrengen.

Soms kan het zelfs beter zijn om elkaar los te laten en te proberen om apart van elkaar vergeving te vinden voor de ander. God zal ons mensen niet veroordelen op onze onmacht wanneer wij mensen verstrikt zijn geraakt en zijn stukgelopen in een relatie. Ook niet wanneer wij niet direct vergeving kunnen vinden. Het verstrijken van tijd kan vergeving ook naderbij brengen om zo mensen te worden die elkaar na een lange tijd van wrok opeens aankijken en zeggen: zullen we opnieuw beginnen? Een nieuw begin maken met elkaar?

Vergeving vinden kan soms erg moeilijk zijn maar een mens hoeft dat ook niet alleen te doen, dat mag samen met onze God die liefde is. Want waar mensen elkaar zijn kwijtgeraakt zal God ze vinden en ze bij elkaar brengen.


Zijn

 

 

Er waren eens twee mensen.

De een kon zingen, de ander kon luisteren.

Zong de een over een boom, dan zei de ander: ik zie een boom die bloeit in de woestijn, wij rusten in de schaduw van zijn takken.

Zong de een over de ander, dan zei de ander: ik ben jou.

 


Twaalf uur

 

 

Toen ze allebei hun drijfnatte laarzen hadden uitgetrokken en bij het vuur hadden plaatsgenomen zei de Prins van Assepoester tegen de Prins van Doornroosje: "Niet om het een of ander, en er zijn legio mensen te bedenken met een nog beroerdere levensgeschiedenis, maar de sprookjes waar wij in terecht zijn gekomen, jij en ik, die tonen de wereld altijd en eeuwig door de ogen van een vrouw,

is jou dat niet opgevallen ... ?"

Hij hield zijn handen voor de vlammen en wreef ze toen een tijdje tegen elkaar alsof hij ze waste met warmte. "Het is ook altijd een Moeder die ze vertelt, en bovendien een Gans. Alle macht is aan de vrouw in onze sprookjes: moeders, stiefmoeders, heksen, feeen, een koningin, een prinses.. maar de man ? De man is een dwerg, een kikker, een reus... Een gedrocht, in elk geval.

Of: een geslachtloze prins. Een zacht ei, maar rijk en met een kroontje.."

"HALLO!!!" klonk het uit de hoek van de donkere kasteelzaal waar een man achter een tafel zat te schrijven. "Kan het daar misschien wat zachter ?!" Maar de twee prinsen hoorden het niet.
"Het is een hoop getob, inderdaad," zuchtte de Prins van Doornroosje. Hij maakte een vermoeide, melancholieke indruk en zag er helemaal niet naar uit of hij een meisje dat al honderd jaar sliep wakker kon kussen. Hij zat er krachteloos bij en rilde alsof hij had kou gevat. Met een pijnlijk gezicht bekeek hij zijn handen die vol zaten met dorens. Zijn vriend tegenover hem keek mee en zei: "Maar hou daar toch ook eens mee op! Waar ben je nou al die tijd mee bezig, omgekeerde slaaptablet! Je denkt toch niet echt dat je zo goed kan kussen dat je Doornroosje wakker krijgt ?

Niet zolang die Boze Fee haar slapend houdt. Weer een vrouw, trouwens... "
Hij zweeg en staarde moedeloos in het vuur.
"Hmm," zei de ander stoer en kwam enigszins overeind, "ik ben nog niet zo slecht!" Hij voelde aan zijn mond maar kreeg een paar stekels in zijn lip. "Ik ben nog niet zo slecht", echode de Prins van Assepoester smalend. "Alsof dat er iets mee te maken heeft ! Zal ik jou eens vertellen hoe het gaat... ?"

Op deze woorden draaide de schrijvende gestalte in de hoek zich om en hoorde verstoord toe. "Het gaat zo," ging de prins van Assepoester verder. "Over een dag of wat lopen die honderd jaar af. De doornenhaag verdwijnt, je kan zo doorlopen, je komt in het kasteel, je komt in haar slaapkamer, aan haar bed, Doornroosje slaat haar onmetelijk blauwe ogen op, ziet jou staan en... is verkocht. Ken jij 1 meisje dat honderd jaar geslapen heeft en niet verliefd wordt op de eerste de beste man die ze ziet? Dan is de grootste idioot nog een prins!"

 

Dat hoefde de Prins van Doornroosje natuurlijk niet te nemen. "Idioot, Idioot?!" riep hij met pijnlijke mond "en dat zeg jij: voetzoeker, hielenlikker, damesschoenenruiker, hakkenbar! Heb jij weleens naar je eigen gekeken?"  "JeZELF!" riep een stem uit de hoek, maar de Prins van Doornroosje schold nu zo hard dat hij het niet hoorde. "Nee, jij hebt het geschoten! Jij hebt het getroffen met die trut-op-wielen! Als je alleen maar niet denkt dat jouw Assepoes ooit met je zal dansen! Dat kan je wel schudden. Want zelfs als het schoentje haar past, zal ze het niet aantrekken. Dat muiltje was maar een middel, hoor je? Lokmiddel. Het enige dat ze wil, is gedragen worden. Door jou, Prins Pantoffelheld!"

 

Maar NU vond de schrijver achter de tafel het genoeg. Hij stond op, terwijl de stoel achter hem omklapte, stoof naar het haardvuur, wees met gebiedende vinger naar de twee bekvechtende prinsen en siste: "Zwijg, jullie futteloos gebroed! Knuppelgeschut! Rimmetiek in plaats van romantiek! Ik Jacob Grimm, ben de baas over jullie leven! Ik maak wel uit wat er gebeurt! En luister goed, want de inkt is al droog, jullie lot is op papier gezet: jij gaat naar het bal. En jij naar Doornroosjes bed!"
En ze gingen. Gehoorzaam stonden de prinsen op, trokken hun drijfnatte laarzen weer aan, gaven elkaar zwijgend geen hand en verdwenen in de duistere sprookjesnacht.


Voor de liefste onbekende

 

 

    

 

 

 

Wat ben ik blij dat ik je nog niet ken.
Ik dank de sterren en de maan
dat iedereen die komt en gaat
de diepste sporen achterlaat, behalve jij,
dat jij mijn deuren, dicht of open,
steeds voorbijgelopen bent.

Het is maar goed dat je me niet herkent.
Kussen onder straatlantaarns
en samen dwalen door de regen,
wéér veliefd zijn, wéér verliezen,
bijna sterven van verdriet -
dat hoeft nu allemaal nog niet.

Ik ben nog niet aan ons gehecht.
Ik kijk bepaald niet naar je uit.
Neem de tijd, als je dat wilt,
Wacht een maand, een jaar,
de eeuwigheid en één seconde meer -
maar kom, voor ik mijn ogen sluit.

 

Ingmar Heytze
uit: Het ging over rozen,
Uitg: Podium 2002


Roeland Bol



Spelletjes - Gratis Weblog